Draai uw telefoon of tablet voor optimale weergave

Over drs. Ruth Willems

Ik ben Ruth Willems. Ik heb gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam en the University of Melbourne (Australie) en ben afgestudeerd in de klinische psychologie, volwassenen. Hierna heb ik mij gespecialiseerd door de postdoctorale route tot kinder-en jeugdpsycholoog NIP te volgen. Tevens heb ik de opleiding tot mediator gevolgd en ben ik geregistreerd als mediator NMI. Daarna heb ik de postmediation opleiding Family mediation gevolgd. Mijn werkervaring als psycholoog ligt vooral in de verstandelijk gehandicaptenzorg en bij de Raad voor de Kinderbescherming, Ministerie van Justitie. Ik heb daarom veel ervaring met ontwikkelingsproblemen zoals een verstandelijke beperking of pdd-nos, opvoedingsproblemen, delinquent gedrag en scheiding-en omgangszaken. Ik heb een vragenlijst met handleiding ontwikkeld voor adoptiegezinnen: Vragen over adoptie. Ik heb een kinderboek geschreven: Hana. Ik schrijf artikelen en lever bijdragen aan wetenschappelijke boeken. Ik ben getrouwd met Martijn en moeder van Hana en Jin. Na de geboorte van de jongste heb ik besloten voor mijzelf te beginnen.

Wat betreft mijn manier van aanpak. Plezier in het werk met (mensen)kinderen is onmisbaar. Ik kan steeds opnieuw geraakt worden door de kracht, flexibiliteit van kinderen, en daarnaast hun kwetsbaarheid die je dwingt als hulpverlener aandachtig te zijn en blijven. Kinderen weten zo vaak waar het eigenlijk om draait. Ik ga er van uit dat kinderen en hun ouders heel veel zelf weten. Ouders en kinderen kunnen door omstandigheden, verdriet uit het verleden of door een ongelukkige match tussen kind en ouders soms (tijdelijk) niet prettig functioneren als ouders of als opgroeiend kind. Ik analyseer, vat samen en ben kritisch maar heb vertrouwen in de mogelijkheden van kinderen en hun ouders. Niet met dwang, maar alleen vanuit respect en werkelijke aandacht kan verandering of acceptatie plaatsvinden.

Ik maak gebruik van verschillende invalshoeken. Zo maak ik veel gebruik van technieken van de cognitieve gedragstherapie. Die gaat er van uit dat je denken je handelen beinvloedt en andersom. Als je erachter komt welke gedachte of gevoel er achter je gedrag zit, kan er ruimte ontstaan voor verandering. Gedrag en gevoel bestaat in een context/systeem. Mijn ervaring is dat systemisch denken (iedereen maakt deel uit van een systeem en beinvloedt elkaar) bijdraagt aan het vormen van een genuanceerd en completer beeld.

Als karateka (zwarte band) heb ik veel aandacht voor het lichaam. Lichaam en geest staan onlosmakelijk met elkaar verbonden. Je veilig voelen, grenzen kunnen en durven stellen zit niet alleen in je hoofd, maar kunnen juist heel goed lichamelijk worden geoefend. Ik gebruik hierbij vaak oefeningen die rechtstreeks of indirect uit karate komen. De laatste jaren komen ook steeds meer volwassenen bij mij om met deze oefeniningen hun leven aan te vullen of af te bakenen. 

Psychische nood uit zich lichamelijk en lichamelijke kwalen hebben een impact op de geest. Door goed naar het lichaam te luisteren, leren we van onze geestelijke gesteldheid. Vooral kinderen staan nog sterk in contact met hun lichaam. Zij uiten ongemak niet zelden in lichamelijke symptomen.Zouden wij dit negeren, dan blijft er een enorm werkveld onbenut. Sommige kunnen door hun verbale vaardigheden heel goed en analytisch over hun problemen praten, maar de pijn en klachten blijven. Het hoofd werkt goed maar het lichaam doet niet mee. De inzichten zijn er maar de hoofdpijn of somberheid blijft. Tenslotte haal ik inspiratie uit het energetisch werken. Iedereen heeft energie in en om zich heen. Soms kan deze verstoord raken. Er gaat te veel energie uit of er wordt juist teveel ingehouden. Dit maakt moe en/of boos. Soms hebben we moeite onze grenzen aan te geven. Anderen lijken steeds maar weer onze grenzen te overschrijden. Door bewust te worden van de energie om ons heen en met behulp van oefeningen deze energie als een veilige huid om ons heen te voelen, kunnen we contact met anderen aangaan, ons aanpassen, maar onszelf niet verliezen.